Praktijkonderwijs heeft de opdracht leerlingen voor te bereiden op zelfstandig wonen, werken, vrijetijdsbesteding en burgerschap. Dat gaat onder andere over de genoemde basisvaardigheden, maar ook over arbeid, adequaat zelfstandig kunnen functioneren in de samenleving én leren leren. Praktijkonderwijs staat voor maatwerk. Elke leerling is uniek, met eigen interesses en talenten. Het werken met een IOP maakt het mogelijk om echt persoonlijk onderwijs te geven, optimaal aansluitend op de individuele leerling.

Binnen het praktijkonderwijs maken scholen op verschillende manieren werk van het thema eigenaarschap. Een van de belangrijkste instrumenten hiervoor zijn de coachgesprekken. Tijdens deze gesprekken komen de mentor (of andere collega’s zoals de stagebegeleider) en de leerling tot één of meerdere persoonlijke leerdoelen voor de komende periode. Deze doelen worden meestal vastgelegd in individuele ontwikkelplannen.

Het is voor docenten vaak een uitdaging om te komen tot persoonlijke leerdoelen, die zijn aangedragen door de leerling zelf, én om het werken aan persoonlijke leerdoelen in de praktijk te organiseren. 

Vanuit jarenlange ervaring op pro-scholen komen wij tot een viertal randvoorwaarden die nodig zijn om als team samen werk te maken van het eigenaarschap van leerlingen. Rondom deze randvoorwaarden dienen op teamniveau eenduidige afspraken gemaakt te worden om op gedegen wijze samen het eigenaarschap van leerlingen vorm te geven. Deze randvoorwaarden zijn:

  • Het niveau van de persoonlijke doelen.
  • Het betrekken van de leerling zelf: het organiseren van optimale invloed van de leerling op persoonlijke doelen.
  • De transfer van mentor naar collega’s.
  • De begeleiding van leerlingen in de praktijk.

Op basis van deze thema’s kan een schoolbrede visie op eigenaarschap worden vastgesteld. Deze is van belang om als team doelgericht te werken aan het eigenaarschap van de leerling. We zullen nu de thema’s kort toelichten.

1. Niveau doelen

Allereerst is het van belang om duidelijke afspraken te maken over de vraag: op welk niveau stellen we doelen in ons IOP? Zijn dat vakspecifieke doelen en/of algemene competenties en/of doelen gericht op loopbaancompetenties (LOB)? De keuze die hier gemaakt wordt heeft consequenties voor de wijze waarop eigenaarschap wordt vormgegeven in de school en de mate van organiseerbaarheid in de lessen.

2. Betrekken van leerlingen

Tijdens een coachgesprek formuleert de leerling in samenspraak met de mentor één of meerdere persoonlijke leerdoelen voor de komende periode. Het is cruciaal dat een leerling zoveel mogelijk inspraak heeft bij de keuze voor zijn of haar leerdoel. Als hier sprake van is dan zijn leerlingen gemotiveerder om te komen tot leren: het is immers zijn of haar doel. Dit vraagt om coachvaardige docenten. Deze vaardigheden dienen onderhouden te worden om de kwaliteit van het organiseren van eigenaarschap bij leerlingen vast te houden. De vraag die hier speelt is: hoe organiseren wij dit als team in de praktijk?

3. Transfer van mentor naar collega’s

Afhankelijk van de vraag ‘waar werkt een leerling aan zijn/haar persoonlijke leerdoelen’ wordt er of tijdens mentorlessen aan de persoonlijke doelen gewerkt of ook tijdens andere lessen. Als de keuze is gemaakt om tijdens niet mentorgebonden lessen aan persoonlijke leerdoelen te werken dan is de transfer van mentor naar collega’s cruciaal. Collega’s dienen op de hoogte te zijn van de persoonlijke leerdoelen zodat leerlingen in de lessen ook gerichte feedback kunnen ontvangen. Bij dit thema kan ook een belangrijke rol weggelegd worden voor de leerling zelf. Ook dit is een manier om werk te maken van eigenaarschap. 

4. Begeleiding in de praktijk

Als helder is hoe vorm en inhoud wordt gegeven aan voorgaande drie randvoorwaarden dan is het zaak om samen afspraken te maken over de begeleiding in de lespraktijk. Dit gaat over de begeleiding van leerlingen op de persoonlijke leerdoelen tijdens de doelgerichte theorie- en praktijkles. Bedenk dat de leerling hier een expliciete rol in kan krijgen zodat zij werkelijk eigenaar zijn van deze doelen. En dat het uitvoerbaar en werkbaar is voor de collega’s.

De hier gemaakte afspraken dienen onderdeel te zijn van ‘de goede les’ van de school, vastgelegd in (didactisch) beleid en met heldere werkafspraken. 

Aan de hand van de vier randvoorwaarden kan gezamenlijk invulling gegeven worden aan het vormgeven van eigenaarschap van de leerling. Zo ontstaat een visie en praktische werkwijze gericht op eigenaarschap van de leerling. Dat is voor elke leerling cruciaal om straks zo zelfstandig mogelijk mee te kunnen in de maatschappij.

Meer weten over het thema eigenaarschap in de vorm van praktische advisering of professionalisering? Neem dan contact met ons op.

dennis@oqadvies.nl (0618909980

wout@oqadvies.nl (0615195971)