Praktijkonderwijs heeft de opdracht leerlingen voor te bereiden op zelfstandig wonen, werken, vrijetijdsbesteding en burgerschap. Dat gaat onder andere over de genoemde basisvaardigheden, maar ook over arbeid, adequaat zelfstandig kunnen functioneren in de samenleving én leren leren. Praktijkonderwijs staat voor maatwerk. Elke leerling is uniek, met eigen interesses en talenten. Het werken met een IOP maakt het mogelijk om echt persoonlijk onderwijs te geven, optimaal aansluitend op de individuele leerling.

Wat zegt de wet? Als het gaat over de basisvaardigheden dan vraagt het onderzoekskader van de inspectie onder andere van scholen voor praktijkonderwijs dat het onderwijsaanbod doelgericht en samenhangend is. Het onderwijs is gericht op uitstroom naar dagbesteding, arbeid en vervolgonderwijs. Daarbij staan de bekende vier domeinen centraal.  Ook vraagt de wet dat scholen systematisch kennis en informatie verzamelen over de resultaten van leerlingen. Op basis van de verkregen informatie dient te worden nagegaan of leerlingen zich ontwikkelen conform verwachting. Als de ontwikkeling van leerlingen stagneert dan is sprake van een gerichte analyse en vervolgens een gestructureerde begeleiding. Het wettelijk kader spreekt zelfs over het waarborgen van een ononderbroken ontwikkeling van leerlingen.

Deze onderdelen hebben betrekking op de algemene werkwijze binnen het praktijkonderwijs en daarmee ook over het werken met de basisvaardigheden taal, rekenen, burgerschap en digitale geletterdheid. 

Vanaf 1 augustus 2022 is het onderzoekskader ook op specifieke onderdelen aangepast als het gaat over de basisvaardigheden. Dit heeft met name betrekking op het kwaliteitsbeleid van de school. Hier wordt specifiek verwezen naar de volgende onderwerpen:

  • De schoolleiding beschrijft op welke manier ze zorgt voor het realiseren, borgen en verbeteren van de onderwijskwaliteit en hoe ze de naleving van wettelijke eisen realiseert.
  • De schoolleiding toont in haar sturing onderwijskundig leiderschap en zorgt voor een gerichte inzet van middelen om gestelde doelen te realiseren.
  • De schoolleiding haalt intern en extern actief informatie op om zicht te krijgen op de uitvoering, de resultaten van het onderwijs en mogelijke kansen en bedreigingen voor de verdere ontwikkeling van het onderwijs.

Ten slotte dienen scholen voor praktijkonderwijs eigen schoolnormen vast te stellen voor ‘Leerresultaten’ en ‘Sociaal maatschappelijke competenties’. Om vervolgens vanuit deze normen kritisch te kijken naar de gerealiseerde opbrengsten. Wat kan leiden tot interventies om aan de norm te voldoen. Ook hier zit een directe relatie met de basisvaardigheden.

Hierbij geven we – in willekeurige volgorde – vijf tips en adviezen.

  • Kwaliteitsbeleid
    Het stelsel van kwaliteitszorg en de onderliggende beleidsdocumenten dienen in lijn te zijn met de wettelijke eisen zoals hierboven beschreven. Op deze manier voldoet de school aan de wettelijke voorwaarden zoals deze op dit moment gelden.
  • Leerlijnen
    
Voor het werken aan de basisvaardigheden zijn eenduidige leerlijnen, opgebouwd aan de hand van leerdoelen, noodzakelijk. De leerlijnen zijn uitgewerkt naar de uitstroomprofielen van de school. Zo kan gedifferentieerd gewerkt worden in de theorie- en de praktijkles. De opbrengsten van de leerlingen worden gemeten, beoordeeld en geregistreerd. Dan is sprake van doel- en opbrengstgericht werken.
    Ga na of en wanneer de basisvaardigheden ook aan de orde komen in de andere vakken. Vakoverstijgend onderwijs én contextrijk onderwijs versterkt immers de motivatie en de leeropbrengsten.
  • De goede les
    Met de juiste leerlijnen wordt ‘de goede les’ gegeven. Dat gaat over doelgerichte instructie, gedifferentieerd werken, doelgerichte oefening en bewust ingezette tijd voor de lesevaluatie. Met de leerlingen wordt de les besproken aan de hand van het lesdoel.  Het werken met succescriteria motiveert leerlingen en verhoogt het resultaat.
  • Toetsen en beoordelen
    De leeropbrengsten van de leerling worden gemeten door middel van toetsen, assessments, praktische opdrachten en/of observaties. Deze individuele leerresultaten worden vervolgens afgezet tegen het OPP van de leerling. Dan weten we of de leerling zich conform de verwachting ontwikkelt én of de leerling nog steeds de juiste route volgt.
  • Data-analyse
    De leerresultaten vormen de data om na te gaan of de inzet van het onderwijs voldoet aan de gestelde schoolnorm. De data-analyse geeft aan of en zo ja wat er verbeterd kan worden.
    Dit kan gericht zijn op de individuele leerling. Om na te gaan of er sprake is van hiaten, wat de leerling nodig heeft om straks passend uit te stromen. De analyse kan ook gericht zijn op groeps- of schoolniveau. Zijn de groeps- of schoolopbrengsten het resultaat van ‘de goede les’, behalen alle leerlingen het schooldiploma of de vereiste certificaten, zijn er interventies nodig om het taalniveau te verhogen, worden de resultaten betrouwbaar in beeld gebracht, et cetera?
    De resultaatindicatoren van de schoolnormen helpen om duurzaam te werken aan de kwaliteitsverbetering van het onderwijs.

Meer weten over thema ‘basisvaardigheden en het praktijkonderwijs?’ Neem dan contact met ons op. We kunnen bijvoorbeeld helpen bij het opstellen van de eigen normen rondom onderwijsresultaten, het inrichten van het stelsel van kwaliteitszorg, het opzetten van een aanpak voor data-analyse, het bijdragen aan het uitwerken van een ‘managementinformatiesysteem’ en het verder ontwikkelen van de leerlijnen basisvaardigheden.